Vroeger was alles redelijk eenvoudig. We leefden in stammen en zagen zo hoe onze vaders gingen jagen en onze moeders voor ons zorgden. Aan het eind van de middag kwamen vaders al of niet thuis met eten. Het leven was overzichtelijk, zelfs als opgroeiend kind. Zodra je oud genoeg was ging je helpen en werd je geleerd om de zaken zo te doen, zoals jouw leermeester het had geleerd in de loop van de tijd.
Tegenwoordig schijnt het leven complex te worden. We leven in een snelle maatschappij en zien onze vaders in de morgen vertrekken om ‘wie weet wat’ te gaan doen. Met een beetje pech werkt je moeder ook en wordt je van de ene naschoolse activiteit naar de andere gebracht. Relaties tussen leermeesters en pupillen lijken steeds minder aanwezig te zijn.
Op de Informal Learning Blog stond een artikel waar wordt ingegaan op de relatie tussen leermeester en pupil en het gebruik van web2.0. Ze beweren dat doordat mensen hun werk vangen in online multimedia, zij fungeren als een soort leermeester die op afstand andere mensen leert over hun werk. De leermeester-pupil relatie zou leerprocessen zichtbaar maken en het implementeren ervan vraagt Situated Learning, Community of Practice, intrinsieke motivatie en het uitbuiten van Coöperatie.
Maar klopt dit eigenlijk wel. Worden leerprocessen wel zichtbaar gemaakt door web2.0 toepassingen? En hoe zit het eigenlijk met gedeelde betekenisgeving, is deze niet vele malen minder dan in real-life situations?
in een hiërarchische samenstelling in leermeester-pupil vorm is er denk ik meer sprake van informeren door de leermeester en leren door de pupil. de betekenis wordt overgedragen, maar niet zozeer gedeeld (denk ik…)
Kan een pupil dan geen vragen stellen die een leermeester aan het denken zet, en waarbij samen wellicht een nieuwe kijk op een fenomeen wordt gevormd?
de pupil voert invloed uit op de content van de lesstof? Denk het in principe niet, tenzij de rol dynamisch is. Dus als de pupil de leermeerster aan het twijfelen brengt, dan is de rolverdeling niet meer als leermeester-pupil.
Apprenticeship en web2.0: Ik vind het een lastige combinatie. leerlingschap vereist volgens mij verbijzonderde modes of belonging. Je moet uiteraard geinteresseerd zijn in het zelfde onderwerp, je moet betrokken zijn met elkaar en een soortgelijk referentiekader delen; Dat is om een groep bij elkaar te krijgen (community). Echter, Apprenticeship gaat volgens mij nog dieper op de relatie in, door te focussen op vertrouwen, logic of the gift, activiteiten ontplooien en leiderschap.
Communities zijn in dit perspectief nog te vrijblijvend, gelijkwaardig en extensief, in vergelijking tot apprenticeship. En in apprenticeship draait is juist de assymetrische verderling van informatie van belang, waarbij de principaal de agent het hem gunt om iets te leren. Ik vraag mij af of web2.0 die rol nu al kan vervullen, als het momenteel slechts op een mechanische wijze modes of belonging kan invullen. Het ILB-artikel snijdt een interessante vraag aan, echter ik heb het gevoel dat wij op deze blog daar verder over moeten denken, aangezien het artikel daar juist stopt.
Ik zit nog even met andere gedachten in mijn hoofd, maar daar kom ik op dit moment niet helemaal uit.
Misschien helpt het om eens te denken aan het verschil in de rol van een blogger vs de bezoeker. Ondanks het feit dat je als bezoeker kan reageren, is de blogger de schrijvende authoriteit.
Ook op fora zie je dit onderscheid gemaakt worden; mensen die veel reageerden krijgen een hogere status en daarnaast hoor je ook vaak van ‘vraag het aan die of die, want die is daar onze expert op’. Ondanks dat die mensen hun kennis graag met je delen blijven ze de expert…
Grappig fenomeen: kennis delen en toch de expert blijven; zou de kennis van de expert tijdens het gebruik en het delen soms toch blijven groeien?
gek is dat, ik gebruik mijn eigen posts juist om domme vragen te stellen en te leren van de commenters
@Tim: Je hebt het over een assymetrie in informatieverdeling, welke van belang is bij een leerling-meester relatie. Maar is dit binnen een community ook niet zo. Is het niet zo dat men in de kern van de community meer kennis heeft dan in de periphery?
Een mooie omschrijving die ‘Creating Pasionate Users‘ geeft, is deze:
hebben we het wel over een ‘gewone’ community? is het niet meer zoals Boisot een ‘fief’ beschrijft? Dus een (natuurlijk) charismatisch iemand, met discipelen?
Boisot beschrijft een wetenschapper met een team van aio’s als een fief. De wetenschapper weet het meeste over het onderwerp en heeft door die informatie (kennis?) assymetrie een natuurlijk overwicht. Die wetenschapper wil het meeste uit de aio’s halen, maar daarvoor moeten ze allemaal tot het uiterste betrokken raken en dat vergt ook sterke sociale banden, tot in het privéleven aan toe (af en toe een weekend doorwerken? :p)
Is een fief een CoP, en zoja, is het een sterkere variant?
En is leiderschap niet een natuurlijk gevolg van de asymetrie?
En geven engagement en alignment vertrouwen aan de leden?
leuk om over na te denken
“En is leiderschap niet een natuurlijk gevolg van de asymetrie?”
Ja..
Hierarchie op basis van een kennisverschil is redelijk beschreven in literatuur over leiderschap.
[…] Bij m’n vrienden van KnowledgeCafe stond een tijd geleden ook een artikel over leerprocessen wat goed aansluit op dit voorbeeld. De vraag die daar rees was in hoeverre de modernere manier van leren die internet de jongere generaties biedt zich verhoud ten opzichte van ouderwets overdracht van vakmanschap door stages of leertrajecten. Op internet is iedereen in principe gelijk en bestaat de relatie leermeester-leerling niet meer in concrete zin. […]
[…] Een blog en een comment van Tim maakten me nieuwsgierig wat hij nou bedoelde met de term “The Logic of the Gift” van M.H. Boisot (1999)*. […]
[…] Eerder schreef ik al dat bedrijven zich bewust beginnen te worden van een nieuwe generatiekloof, tussen jong en oud. De vorige generatie kloof, welke draaide om het gebruik van ICT-middelen (vaardigheden) is nog maar net achter de rug of een nieuwe kloof lijkt zich te openbaren. Daar waar de oudere medewerker uren bezig kan zijn met het opsnorren van een stukje informatie, blijkt de Millennial hier nog geen 1,5 minuut voor nodig te hebben. Oudere medewerkers verwachten voor deze informatie dan ook een diepe buiging van de omgeving, terwijl de Millennial geen waarde meer hecht aan deze inhoud. De tijd dat inhoudelijke kennis macht is lijkt dan ook voorbij in een wereld waar informatie voor het oprapen ligt! […]