Tussen al het web 2.0, CoP en innovatiegeweld, een update of eigenlijk eerder een introductie van mijn thesis onderwerp, de laatste blogger die dat deed was Thijs, zie ook hier. Uiteraard is het moeilijk om het verhaal zo kort en bondig te houden maar ik doe mijn best om alleen de essentiële elementen van mijn thesis aan jullie mee te geven.
Waar de meesten van ons met hun thesis, en dit neem ik gemakshalve even aan want hier kunnen we ook een hele discussie over voeren, zich concentreren op (i) het managen van informatie als een (bedrijfs)resource houd ik me bezig met het (ii) het managen van de business – ICT relatie, wat bij de meesten natuurlijk bekend staat als de strategic alignmen
t problematiek (zie bijvoorbeeld: Henderson & Venkatraman, 1993). Deze tweedeling van informatiemanagement wordt overigens normaliter gehanteerd (Maes, 2003). Mijn thesis gaat over enterprise architectuur (EA), een discipline die naar mijn mening nog in de kinderschoenen staat. De theoretische benadering die ik heb gekozen om naar enterprise architectuur te kijken is die vanuit het volwassenheidsperspectief. Enterprise architectuur en volwassenheidsmodellen laten we even de revue passeren.
Enterprise architectuur
Steeds vaker wordt voor het richten en inrichten van organisaties enterprise architectuur ingezet. Enterprise architectuur is de discipline die organisaties in staat stelt om een organisatiebreed fundament te ontwikkelen die zij nodig heeft om te overleven en zich te kunnen aanpassen aan de huidige en toekomstige uitdagingen (McGovern et al., 2003). Even simpel gezegd, een architect ‘simplificeert’ (:D): zij bedenken conceptuele kaders waarbinnen degenen die meer concreet bezig zijn met bedrijfsprocessen, applicaties of infrastructurele componenten, dienen te opereren (Dietz, 1998). Deze beperkingen zijn ingebouwd om impulsieve en niet afgestemde beslissingen die niet in lijn zijn met de geldende organisatieprincipes, drastisch te verminderen (McGovern et al., 2003). Enterprise architectuur is dus een verzameling van deelarchitecturen binnen het businessdomein, het informatiedomein én het ICT domein. Een veelgebruikte definitie van enterprise architectuur is die van Rijsenbrij (2004):
Enterprise architectuur is een coherente, consistente verzameling principes, verbijzonderd naar uitgangspunten, regels, standaarden en richtlijnen, die beschrijft hoe een onderneming, de informatievoorziening, de applicaties en de infrastructuur hun vorm hebben gekregen en hoe zij zich voordoen in het gebruik.
Wat echter opvalt bij de organisaties die EA inzetten is de verscheidenheid aan aanpakken, methoden en resultaten (Burg, 2000). Het proces van architectuurontwikkeling en –beheer is bij veel organisaties nog sterk ambachtelijk en improviserend (Van der Zee et al., 2000). Ik beargumenteer dat met behulp van een volwassenheidsmodel organisaties in staat zijn hun eigen architectuurvolwassenheid te meten, de problemen en knelpunten weten te identificeren en interventies weet te formuleren om de architectuurfunctie verder te professionaliseren in de organisatie. Enterprise architectuur zal hierdoor beter benut kunnen worden in het besluitvormings- en planningsproces van organisaties. Als basis hiervoor wordt in mijn onderzoek de filosofie van het ´Capability Maturity Model Integration´ (CMMI) gebruikt, een wereldwijd geaccepteerde volwassenheidsmodel voor softwareontwikkeling. Het CMMI beschrijft een evolutionair groeipad van ad hoc, chaotische processen naar volwassen en gedisciplineerde processen. Zie ook onderstaand figuur:

CMMI modellen zijn dus volwassenheids- en groeimodellen aan de hand waarvan organisaties hun procesvaardigheid kunnen verbeteren en heeft de afgelopen jaren ook veel aandacht gekregen (Cannegieter & Van Solingen, 2006). Volgens Kaner en Karni (2004) zijn traditionele prestatie-indicatoren zoals financiële of operationele efficiency kengetallen niet geschikt voor het beschrijven van de vooruitgang van een verbeteringstrategie zoals kennismanagement en enterprise architectuur. In mijn thesis ligt de nadruk dus op het verbeteren van de architectuurprocessen. Met de volgende twee citaten ben ik het ook voor het volle honderd procent eens:
“Focusing on process puts the emphasis on having good processes to follow, not on hiring only brilliant people. Rather than having people work harder, have them work smarter. That is what process does for you” (Kulpa & Johnson, 2003, p.9).
“Why not focus on technology? Have you ever heard the saying “garbage in, garbage out”? Well, that is what just plastering new technology onto an old problem does for you” (Kulpa & Johnson, 2003, p.9).
De processen, die veelal minder dynamisch zijn, vormen de infrastructuur van een organisatie. Ze vormen de verbindende schakel en zijn het belangrijkste aangrijpingsgebied voor een organisatie die zoekt naar verbeteringen (Hardjono & Bakker, 2001).
Ontstaansgeschiedenis CMMI
In de jaren ’70 en ’80 werden diverse software methoden en technologieën ontwikkeld, maar deze konden hun beloftes op het gebied van productiviteit en kwaliteit niet waarmaken. Het ontwikkelen van software is vrij complex en ondanks het introduceren van nieuwe methoden en technieken zoals gestructureerd programmeren, object georiënteerde hulpmiddelen en CASE tools, eindigen projecten te laat, overschrijden hun budget of leveren niet die functionaliteit op die oorspronkelijk werd overeengekomen (Kautz & Larsen, 2000). Het probleem dat hier ten grondslag lag, is het onvermogen om in softwareontwikkelingsprocessen te denken (Paulk et al., 1993). Waar andere methoden zich richten op de definitie, bouw en implementatie van software, concentreert CMM op de organisatiebrede procedures/processen in projecten (McGovern et al., 2003). Er wordt verondersteld dat het verbeteren van de processen zal leiden tot het verbeteren van de productiviteit, de kosten kunnen worden verlaagd en/of de productkwaliteit zal verbeteren. In een CMMI model worden vijf volwassenheidsniveaus onderscheiden, zie bijvoorbeeld het architectuur volwassenheidsmodel van Sogeti:

Succesvolle enterprise architectuurprogramma’s zijn volgens Bittler en Kreizman (2005) procesgeoriënteerd. Daarom kan een volwassenheidsmodel la het CMM(I), dat gericht is op het verbeteren van de procesvaardigheid, als handvat dienen om het enterprise architectuurprogramma zo efficiënt mogelijk te laten verlopen (META Group, 2000). Het toepassen van CMM(I) op enterprise architectuur is een recente ontwikkeling, gestimuleerd door de in toenemende mate interesse voor enterprise architectuur in organisaties, gecombineerd met de onvolwassenheid van deze discipline. Deze gedachtegang zal verder gedetailleerd worden uitgewerkt in mijn thesis.
Het doel van mijn thesis is als volgt:
De theorie over Architecture Maturity Modellen verrijken door een overzicht te geven van de huidige bestaande modellen, deze te analyseren en een volwassenheidsmodel voor enterprise architectuur te ontwikkelen op basis van de Capability Maturity Model Integration (CMMI) structuur en aanpak.
Uit mijn doelstelling blijkt dat er verschillende AMM modellen op de markt zijn. Een overzicht van alle modellen is gewenst en ik zal tevens aantonen waarom ze niet voldoen aan de CMMI structuur en aanpak.
De volgende zaken zijn mij al opgevallen:
· (Enterprise) architectuur kent in de praktijk zeer veel verschijningsvormen omdat er geen standaarddefinitie is over wat hieronder precies wordt verstaan.
· Tal van verschillende volwassenheidsmodellen bestaan waarbij veel overlappingen en inconsistenties te bespeuren zijn;
· Architectuur wordt langzamerhand niet langer meer een “IT-feestje”. Steeds vaker zie je dat er aandacht wordt geschonken aan informatie- en business architectuur. Deze trend heb ik ook mogen aanschouwen op het laatst gehouden Landelijk Architectuur Congres 2006 te Nieuwegein, zie hier.
Mijn theoretische gedeelte en model zijn bijna af, resteren nog de interviews met verschillende experts (architecten) die ik heb ontmoet op het LAC2006 om mijn model te valideren. Tenslotte:
“The rung of a ladder was never meant to rest upon, but only to hold a man’s foot long enough to enable him to put the other somewhat higher.”
—Thomas Henry Huxley, English biologist
(1825–1895)
Referenties
Ahern, D. M., Clouse, A. & Turner, R. (2003). CMMI® Distilled: A Practical Introduction to Integrated Process Improvement, Software Engineering Institute, Carnegie Mellon University, Addison Wesley, Boston.
Bittler, R. S. & Kreizman, G. (2005). Gartner Enterprise Architecture Process: Evolution 2005, Gartner Research ID: G00130849.
Burg, H. (2000). Volwassenheid van de Architectuurorganisatie, Ingezonden paper voor het Landelijk Architectuur Congres 2000, Amsterdam, November 2000.
Cannegieter, J. J. & Solingen, R. van (2006). De kleine CMMI. SDU Uitgevers, Den Haag.
Dietz, J. L. G. (1998). De informatie-architect op zijn plaats gezet, Informatie, maandblad voor de informatievoorziening, pp. 22-28.
Hardjono, T. & Bakker, R. (2001). Management van Processen: Identificeren, Besturen, Beheersen en Vernieuwen, Kluwer, Amsterdam.
Henderson J. C. & Venkatraman, N. (1993). Strategic Alignment: Leveraging Information Technology for Transforming Organizations, IBM Systems Journal, Vol. 32, pp. 4-16.
Kaner, M. & Karni, R. (2004). A Capability Model for Knowledge-Based Decisionmaking, Information Knowledge Systems Management, Vol. 4, pp. 225-252.
Kautz, K. & Larsen, E. A. (2000). Diffusion Theory and Practice: Disseminating Quality Management and Software Process Improvement Innovations, Information Technology & People, Vol. 13, No. 1, pp. 11-26.
Kulpa, M. K. & Johnson, K. A. (2003). Interpreting the CMMI: A Process Improvement Approach, Auerbach Publications, Florida.
Maes, R. (2003). Informatiemanagement in Kaart gebracht, PrimaVera Working Paper, Universiteit van Amsterdam.
McGovern, J., Ambler, S. W., Stevens, M. E., Linn, J., Sharan, V. & Jo, E. K. (2003). A Practical Guide to Enterprise Architecture, Prentice Hall.
META Group (2000). Architecture Capability Assessment, META Group Practice, Vol. 4, No. 7.
Paulk, M. C., Curtis, B., Chrissis, M.B. & Weber, C. V. (1993). Capability Maturity Model, Version 1.1, IEEE Software, Vol. 10 (4), pp. 18-27.
Rijsenbrij, D. (2004). Architectuur in de Digitale Wereld (Versie Nulpuntdrie), Inaugurale Rede, Radboud Universiteit Nijmegen.
Zee, H. van der, Laagland, P. & Hafkenscheid, B. (2000). Architectuur als Managementinstrument – Multi Client Study, Hagen & Stam uitgevers, Den Haag.
He Jos, niet zo een inhoudelijke comment dit, maar ik wilde wel even kwijt dat ik het 1) leuk vind dat je inderdaad niet een traditionele approach hebt gekozen op het vakgebied en 2) ook even trends in ogenschouw neemt.
Wie is je begeleider?
Dat is meneer Dedene
Goed bezig Jos, leuk om te lezen wat je bezig houdt!
Zoals je gezien hebt houd ik me dus bezig met IT in turbulente omgevingen, en ik vroeg me af hoe Enterprise Architectuur daar een rol bij zou kunnen spelen? Je geeft zelf aan dat het een ‘organisatiebreed fundament’ is dat een bedrijf helpt overleven in de huidige en de toekomstige situatie. En daarbij: Deze beperkingen zijn ingebouwd om impulsieve en niet afgestemde beslissingen die niet in lijn zijn met de geldende organisatieprincipes, drastisch te verminderen.
Is er met EA dan niet het risico dat als de omgeving dermate veranderd, dat je fundamenten en organisatieprincipes de verkeerde zijn? En als de EA dan mee verandert, wordt het dan ooit mature?
Punt 1
Thijs, hoewel de term ‘fundament’ vrij statisch klinkt, gaat het bij EA om een continue en bewuste aanpassing van de infrastructuur aan haar ecosysteem. Business - en technologie trends kunnen juist input zijn voor de bedrijfsstrategie (strategie + tactische planningen), mocht het management een bepaalde keuze hebben gemaakt en een verandering wil doorvoeren in haar organisatie naar aanleiding van veranderingen in de omgeving.
En wat verstaan we dan onder een verandering? Dit kan van alles zijn: het introduceren van een nieuwe Line of Business, nieuwe wet- en regelgeving (hoewel dit natuurlijk wordt opgelegd), politieke ontwikkelingen, veranderingen in de maatschappij, veranderingen in het arbeidsklimaat, nieuwe technologieën etc. Hieruit vloeien nieuwe organisatieprincipes voort en die worden dan verwerkt in architectuurdocumenten en modellen en betiteld als de AS-IS architectuur of SOLL architectuur.Dit wordt ook wel ‘business agility’ genoemd, om maar eens met een consultancyterm te smijten. Omdat bij EA de businessarchitectuur (producten, processen en mensen),de informatiearchitectuur (informatie en applicaties) en de ICT-architectuur (software + infrastructuur) in ogenschouw wordt genomen, verandert de totale organisatie mee.
Hoewel ik tal van drijfveren van EA kan opnoemen, probeert het management één fenomeen te onderdrukken in de organisatie met EA. We noemen dat het ‘integriteitsgat’. Dit betekent dat intentie (richten, negenvlak) en actie (verrichten, negenvlak) niet congruent zijn, m.a.w. de missie en strategie zijn ongelijk aan de daadwerkelijke uitvoering. Deze nadelige ontwikkeling hindert efectieve besluitvorming en zal het vertrouwen en de loyaliteit van de werknemenrs binnen de organisatie doen verminderen.
Punt 2
Misschien was ik onduidelijk in mijn verhaal maar wat jij onder volwassenheid verstaat, is de volwassenheid van de daadwerkelijke architectuurproducten/artefacten (de output van EA). Ik doe een onderzoek naar de volwassenheid van EA-processen: de cyclus van architectuurontwikkeling, toepassing, beheer, governance, trendontwikkeling en vakontwikkeling. Een voorbeeld: een organisatie op niveau 2 gebruikt EA alleen in projecten en kent verder geen governance mechanisme. Voor elk project bestaat een andere methode om architectuurdocumenten te ontwikkelen (afhankelijk van de architect). Een organisatie op niveau 3 heeft alles organisatiebreed vastgelegd in procedures, standaarden en er bestaat een governance mechanisme. Maar in dat niveau worden geen resources vrijgemaakt om onderzoek te doen naar de laatste architectuurmethoden en tools. Dat gebeurt weer op niveau 4. Zoals al eerder zei is CMMI een procesverbetermodel, alles moet leiden tot het verbeteren van de primaire architectuurprocessen. Daarom zijn onderwerpen als statistische analyse van de processen (Six Sigma), trendontwikkeling en vakontwikkeling van belang.
Jos,
hoe past het hele Service Georienteerde Architectuur verhaal in dit plaatje? Of is de Enterprise Architecture benadering meer generiek?
Martin,
SOA (Service Oriented Architecture) is meer een architectuurstijl die je hanteert bij het ontwerpen van je architectuurmodellen. De modellen zijn service georienteerd, een service is een herbruikbaar stuk functionaliteit die technologie onafhankelijk is, die wordt aangeboden door een of meerdere applicaties. Hergebruik van objecten en componenten binnen één applicatie wordt al geruime tijd toegepast, maar hergebruik tussen aplpicaties op basis van services is een vrij nieuw fenomeen.
Bij het modelleren houd je dus rekening met deze services en ik vind het vooral een pakkie-an voor de ICT architecten.
Even een verklaring voor de vage invoer van mijn naam, in IE is zijn deze velden wit! Het is dus niet voor mij te zien wat ik daar invoer.
En nee we hebben geen firefox op mijn werk
dit is bolke: wat dacht je van portable firefox, http://portableapps.com/apps/internet/firefox_portable
als ik het goed heb gescand is het een executable? Zeg he dat gaat niet zomaar!
je kan hem vast ook als zipje downloaden als het per se moet
Haha ja dat wel, maar ik kan uiteraard niets installeren hier vanwege de informatiebeveiliging. Zelfs mn usb stickkie wordt geweigerd
uitpakken en starten is voldoende. Maar ja als je USB stickie het ook niet doet, dan is er idd grote kans dat het lastig gaat worden.
“Portable Firefox Rocks!”
…tot zo ver mijn nuttige bijdrage
Hee Jos, ik zag een leuke referentie, H. v.d. Zee (Architectuur als Managementinstrument) is namelijk de unit leider van mijn afstudeerplek.
Nou dan spreek ik je vrijdag daar wel over
Zou ik je scriptie mogen inzien?
http://www.enterprisearchitectuur.net