Hier is dan het langverwachte verslag van het P2P college van Michel Bauwens wat we hebben mogen bijwonen. Zie ook de P2P blog. Het is inmiddels de derde keer dat ik Michel zijn verhaal heb zien en horen vertellen, elke keer weer interessant.De hoofdpunten uit het college:
- Introductie P2P;
- Complexiteit en hiërarchie;
- Web 2.0 en P2P;
- P2P processen;
- P2P en de markt;
- P2P en politiek;
Michel vertelde over de karakteristieken van peer-to-peer, en waarom peer-to-peer zo levensvatbaar is. Peer-to-peer is een relationele dynamiek, aanwezig in gedistribueerde netwerken. Steeds meer vertrouwen ‘peers’ op gelijkwaardige peers. Over het woord peer werd nog een goede vraag gesteld, wat is een goede vertaling van dit woord? Michel moest het antwoord schuldig blijven, het woord ‘gelijke’ komt nog het meest in de buurt maar dekte toch niet geheel de lading.
De geschiedenis laat zien dat relaties tussen peers steeds complexer worden. Waar vroeger iedereen ondergeschikt was aan een leider, zijn relaties gaandeweg verder geëvolueerd. Via vroege beschavingen, de industriële revolutie, is er nu sprake van een ‘networked’ samenleving. Deze samenleving wordt mogelijk gemaakt door technische middelen als het Internet. Michel illustreerde nog een evolutie van hiërarchie: in het pre-moderne tijdperk gold ‘make die, and let live’, tot een reputatie samenleving in het P2P tijdperk.
Het Internet evolueert ook steeds meer, nu spreekt men van ‘Web 2.0’, het Internet is een interactieve plaats geworden waar iedereen als gelijke kan participeren en produceren. De bekendste en succesvolste voorbeelden zijn Wikipedia en Linux. Web 2.0 maakt het principe ‘wisdom of crowds’ mogelijk. Daarnaast baseren Web 2.0 business modellen zich op de ‘attention economy’ (economie van de aandacht), wat de aandacht van mensen als een schaarste beschouwd door de snelle groei van informatie.
Uiteraard kan het verhaal van de drie sociale P2P processen niet ontbreken. Peer productie, peer governance en peer property, zie ook de introducerende post. De karakteristieken van peer productie zijn gelijkwaardigheid, ‘anti-creditialism’ en zelf selectie. Iedereen kan meewerken aan een project zonder a priori beoordeeld te worden op de bijdrage, maar waarin met op basis van zelf selectie kan bijdragen. Ook kunnen de peers weten wat de doelstellingen van een project zijn, en kunnen tegelijkertijd weten wat andere peers aan het doen zijn. Peer governance kan gezien worden als een gedistribueerde manier van controleren, en peer property als een common eigendom. Onderstaande tabel geeft dit goed weer, concluderend kan P2P gezien worden als een derde manier van produceren, controleren en eigendom.
P2P kan niet gezien worden als een vervanging van de huidige markt economie. P2P is sterk afhankelijk van de markt, maar tegelijkertijd is de markt ook afhankelijk van peer productie en sociale innovatie. Een goed voorbeeld is Linux en IBM, want IBM investeert sterk in de ontwikkeling van Linux. Zie ook onthecommons.org. De kern van de deze peer-to-peer processen is dat doelen en eigendom gelijk zijn, wat is gebaseerd op lidmaatschap en bijdragen.
Het laatste thema van het college was politiek. Als voorbeeld werden de dilemma’s van ‘Web 2.0’ gebruikt: Wie is eigenaar van het platform? Is de infrastructuur gratis? Is het mogelijk om te delen? Wie is eigenaar van de content? Wat wordt er gedaan met inkomsten? Het laatste dilemma werd geïllustreerd met de inkomsten die door het gebruik van Firefox worden gegenereerd, want het uitbetalen aan mensen die bijdragen ondermijnt het P2P en commons principe. Een ander politiek vraagstuk is wat er gedaan moet worden met bestaande politieke modellen als copyrights. Moet je deze gewoon negeren, moet je alternatieve manieren gebruiken als Crerative Commons of GPL, of moet je de bestaande wetgeving aanpassen?
Het college was voor mij en de mensen die ik heb gesproken opnieuw erg inspirerend, en ik hoop ook voor alle anderen. Iedereen die geïnteresseerd is geraakt, is dan ook van harte welkom om bij te dragen aan de P2P blog of de wiki.
No comments yet.