Op mijn werk word ik regelmatig geconfronteerd met nieuwe computerprogramma’s en technologie. We moeten met z’n allen overstappen op deze nieuwe technologie om de critical mass te bereiken zodat het ook nuttig wordt.
Voor nieuwe technologie bestaat al heel lang het Technology Acceptance Model (TAM). Dat model geeft aan welke factoren belangrijk zouden zijn, die ervoor zorgen dat men de technologie ook daadwerkelijk gaat gebruiken: (1) perceived usefulness en (2) perceived ease of use. TAM is echter nog steeds aan het groeien en in 2000 hebben Venkatesh et al. er nog eraan toegevoegd dat er ook sociale invloeden van toepassing waren op de acceptatiegraad van technologie.
Sociale invloeden zijn volgens mij lang genegeerd als niet belangrijk genoeg of te vaag en daarom werd ik meteen gegrepen door de titel van een PrimaVera working paper door Ard Huizing en Vanessa Dirksen: The Networking Knowledge Worker, Technology Appropriation and the Shaping of Learning Practices
Hierin wordt dieper ingegaan op wat er gebeurt in een organisatie als technologie onderdeel is van strategische inzet. De paper verhaalt over een ethnografisch onderzoek in een kennisintensieve ICT organisatie die het begrip Virtual Communities in de organisatie brengt met ondersteunende technologie.
Interessant aan dit onderzoek, is dat het management van de organisatie probeerde door middel van facilitatie, hun werk en learning practices te beïnvloeden. De werknemers hebben hun eigen motieven en argumenten hoe deze technologie hun werk veranderd. Het onderzoek had dan ook als doel om uit te vinden hoe en waarom werknemers nieuwe technologie in gebruik nemen.
Het artikel heeft als uitgangspunt dat technologie nooit neutraal is. Er kleeft betekenis aan in organisationele verandering, waarneming en identiteit. Technologie wordt een sociaal en cultureel onderdeel van de organisatie die voor elke gebruiker een andere betekenis kan hebben. Hierbij moet ik zelf al meteen denken aan het verschil tussen een manager die technologie kan gebruiken om te meten wat werknemers doen met de technologie. De technologie is niet alleen een tool, maar ook een symbool voor werknemers, over welke kant de organisatie strategisch op wil gaan en hoe ze worden beoordeeld op vertrouwen (denk aan een user-rights hiërarchie bijvoorbeeld?).
Het antwoord op de vraag is dat er vier belangrijke patronen zijn die bepalen hoe en waarom werknemers nieuwe technologie in de vorm van virtual communities in gebruik nemen:
- Confirmation: past het sociale model van de software bij die van de organisatie ? (waren er bijvoorbeeld al communities, dan kan virtual community software dat effect versterken)
- Socialization: de software kan een middel zijn voor een buitenstaander om zichzelf te kunnen afspiegelen tegen degenen die al onderdeel zijn van de professionele groep (heb ik wel genoeg kennis om erbij te kunnen horen?)
- Reputation: met virtual community software kan je jezelf een identiteit geven, zoals de ‘guru’s’ op technische fora de neiging soms hebben
- Negation: voor degenen die alleen maar te geven hebben en niets te krijgen qua kennis is het wellicht niet interessant om bij de ‘lerende groep’ te horen.
Ik kan het artikel aan eenieder aanraden die te maken heeft of krijgt met strategisch denken over de inzet van software. Er staan ook leuke tegenstellingen in over verwachtingen van management over communities en waar ze ook ‘de fout’ ingingen met het invoeren van een dergelijk ideaal. Ook is er veel meer context in de organisatie omschreven dan slechts de werknemers en de software, die enorme impact heeft op de slagingskans van zulke software.
No comments yet.