Op Amsterdamse scholen bleek vorige week dat Marokkaanse en Turkse kinderen die in de Cito-toets meer dan 534 punten scoren, vaker een lager schooladvies krijgen dan autochtone leerlingen. Deze ‘onderadvisering’ is bij hen respectievelijk 41 en 44 procent, terwijl maar 28 procent van de Nederlandse leerlingen lager wordt ingedeeld dan hun Cito-score aanraadt.
“…Waarom gehoorzaam ik dit pak melk? [..] Op dit pak melk staat een datum, die datum is verstreken en als het ware geeft dit pak melk mij de instructie: ‘Gooi mij weg.’.En onnadenkend en klakkeloos luister ik naar dat pak melk en gooi het weg…”